Wat gebeurt er voordat het eten bij jou in de handen komt?
De stoffen die in het voedingsmiddel zitten worden eerst uit andere voedingsbronnen gehaald. Voordat het in de winkel komt worden de fabrieken en boeren gecontroleerd door de keurings dienst van vee en vlees. In de winkel wordt het nog een keer gecontroleerd door de keuringsdienst van waren .
Welke weg legt het eten af:
stap 1:
Wat gebeurt er in je mond met het voedingsmiddel? In je mond begint de vertering. eerst kauw je het eten waardoor het oppervlak groter word en het eten makkelijker te verteren is, speeksel zorgt ervoor dat het eten makkelijk door te slikken is. Speeksel voegt tevens amylase toe dit enzym zorgt voor de vertering van zetmeel en omzetting van zetmeel naar maltose. De hoeveelheid speeksel in de mond wordt geregeld door het autonome zenuwstelsel.
Wat heeft het zenuwstelsel met de productie van speeksel te maken?
Zenuwprikkeling via twee banen van het autonome zenuwstelsel resulteert in mondvloeistoffen die van elkaar verschillen. Cholinerge prikkeling resulteert in vooral veel, dun en waterig secreet, terwijl de klieren bij adrenerge stimuli meer schuimig, dikker speeksel voortbrengen. Wat heeft nog meer invloed op de productie van speeksel?
- Ziektes
- Angst
- Nervositeit
- Sommige medicijnen
De slokdarm
De peristaltiek van de slokdarm drukt het in de mond aangemaakte drapje door naar de maag.in de maag word het voedsel opgeslagen en verder verteerd, demaagsap klieren produceren maagsap in het maagsap zit zoutzuur, slijm en pepsinogen . Zoutzuur is verantwoordelijk voor het doden van bacteriën. Slijm beschermt de maagwand tegen het maagsap pepsinogen worden omgezet in pepsine helpt bij de vertering van eiwitten.
De maag
De peristaltiek van de slokdarm drukt het in de mond aangemaakte drapje door naar de maag in de maag word het voedsel opgeslagen en verder verteerd, de maagsap klieren produceren maagsap in het maagsap zit zoutzuur, slijm en pepsinogen . Zoutzuur is verantwoordelijk voor het doden van bacteriën. Slijm beschermt de maagwand tegen het maagsap pepsinogen worden omgezet in pepsine helpt bij de vertering van eiwitten.
Â
Â
12 vingerige darm
Wanneer het voedsel vanuit de maag in de 12 vingerige darm komt is afhankelijk van de ph van de 12 vingerige darm. in de 12 vingerige darm word gal en alvleessap vermengd met het gegeten voedsel.
Â
Â
De lever en galblaas.
Lever produceert gal wat tijdelijk wordt opgeslagen in de galblaas. Gal bevat galkleurstoffen en gal zure zouten zorgen voor de vertering van vetten of het vergemakkelijken ervan.
De alvleesklier
Alvleesklier produceert alvleessap. Amylase verteerd zetmeel tot maltose, tripsine verteerd lange polypeptiden tot korte polypeptiden , peptidasen zorgen op hun beurt weer voor de vertering van polypeptiden naar di en tri peptiden.
Â
De dunne darm
Alvleesklier produceert alvleessap, amylase verteerd zetmeel tot maltose, tripsine verteerd lange polypeptiden tot korte polypeptiden , peptidasen zorgen op hun beurt weer voor de vertering van polypeptiden naar di en tri peptiden.
Â
Â
Â
Dikke darm
Dikke darm zorgt voor absorptie van water, mineralen en vitamine-k .
Â
De nieren
Werking van de nieren.
De nieren bestaan uit ruim 1 miljoen eenheden nerfronen genaamd.
De functie van elk nefron is het bloed te filteren en afvalstoffen te
Filtreren. Alle nefronen monden uit in een verzamelbuis. Deze buis
Mondt weer uit in de nierbekken. Vervolgens gaat de urine via een
Urine leider naar de blaas waar het wordt opgeslagen.
Nefron
Werking van een nefron :
Â
De werking van een nefron is op te delen in 2 delen. In het haarvaten systeem komt een aanvoerend slagadertje aan. Door de bloeddruk gaat een deel van het bloed uit de haarvaten naar het nierkapseltje.
Â
Â
Lus van Henle
Â
Eiwitten en grotere bestanddelen zoals rode bloedcellen, worden
wel afgevoerd door het afvoerend slagadertje, maar glucose,
aminozuren, zouten, ureum en water niet. Die blijven in het kapsel.
De vloeistof die is opgevangen in het kapsel van Bowman heet nu
voorurine. Voorurine bevat water met daarin alle opgeloste stoffen
uit het bloedplasma. De gevormde voorurine bevat,
veel stoffen die onmisbaar zijn voor het lichaam. Per minuut komt
er zo’n 125ml voorurine uit de kapsels van Bowman .
Maar wanneer de definitieve urine het nierbekken bereikt is
dit slechts 1 ml. Er worden dus een heleboel water en andere
stoffen teruggeresorbeerd naar het bloed. Dat kan, want er zijn
een heleboel kleine haarvaatjes rond de lus van Henle en de
twee gekronkelde nierbuisjes die de stoffen kunnen afvoeren.
Â
Â
Â
Â
Terugresorptie
Â
Â
Het grootste deel van de actieve terugresorptie vindt plaats in het
eerste gekronkelde nierbuisje. Daar gaan o.a. glucose, hormonen,
vitamines, ionen en aminozuren terug naar het bloed. Het afregelen
van de ionen natrium en kalium van het bloed gebeurt in het tweede
gekronkelde nierbuisje het hormoon aldosteron uit de
bijnierschors.
Â
Passief transport:
Â
Door het resorberen van stoffen ontstaat een osmotisch
verschil tussen bloed en voorurine, waardoor water uit de voorurine
stroomt en het volume sterk afneemt.
Â
Actief  transport:
Â
Zouten en andere stoffen worden dus via actief
transport teruggeresorbeerd , zowel in het eerste als in het tweede
nierbuisje. Mocht het nodig zijn,
dan kunnen er in het tweede gekronkelde nierbuisje nog stoffen aan
de voorurine worden toegevoegd.
Â
De endeldarm en anus
Â
De endeldarm en anus zijn het laatste station van de vertering hier worden de resten opgeslagen en de anus zorgt voor de ontlasting. Het uitscheidingsstelsel omvat de nieren, blaas en urinewegen .