Follow TheExPleTuS on Twitter

Snel zoeken

Het leven zonder een ruggegraat.

kerstboom wormen zijn ongewervelden, dieren die geen ruggegraat hebben. Ongewervelden zijn goed voor 95% van alle bekende dieren, Ze leven in bijna elke habitat op de wereld, van de diepzie uitlaten tot de rotsachtige bevroren grond van antartica.

Sponzen zijn basale dieren die geen ware weefsels hebben.

Dieren in het fylia calcarea en silicea zijn voornamelijk bekend als sponzen. Onder de sipmpelste dieren die op aarde te vinden zijn sponzen vaststaande dieren en werden ze door de oude griepen aangezien voor planten. Ze verschillen in grote van enkele millimeters tot wel een paar meter groot, ze leven in zowel zoet als zout water. Sponzen zijn suspensie eeters, dat wil zeggen ze voeden door filtering. In het geval van de spons vangen ze voedingsdeeltjes die in het water zitten, ze laten het water door hun lichaam gaan, welke in sommige gevallen een soort van zak is met gaatjes erin. Water trekt door de porieën naar een centrale holte, het spongocoel, daarna vloeit het uit de spons door een grote opening, de osculum. Sponzen zijn basale dieren dat wil zeggen dat de dicht bij de wortel van de fylogenetische boom van dieren staan. In tegenstelling tot andere dieren hebben sponzen geen ware weefsels. Toch hebben sponzen wel weefsels en hun lichaam heeft verschillende celtypen. De binnenkant van het spongocoel is uitgelijnd met choanocyten met flaggellen, of kraagcellen. De overeenkomsten tussen chaonocyten en de cellen van choanoflagelaten ondersteund moleculair bewijs dan dieren uit een choanoflagelaat voortkomen.

Het lichaam van de spons bestaat uit twee lagen van cellen gescheiden door en gelei achtig deel genaamd het mesophyl. Door het mesophyl komen andere cellen de amoebocyten. Amoebocyten hebben veel functies, ze nemen water en voedsel op van de choanocyten, ze verteren het and transporteren de nutrienten naar andere cellen. De amoebocyten maken ook het skelet van de spons binnen het mesophyl. De meeste sponzen zijn hermafrodieten, dat wil zeggen dat ze zowel man als vrouw zijn. Spons gameten komen uit de choanocyten of amoebocyten. De eitjes komen uit het mesophyl, het sperma wordt uit de spons gedragen door de waterstroom. Kruisbestuiving vind plaats doordat sommige sperma door de stroming wordt voortgedragen naar een ander spons. De bevruchting vind plaats in het mesophyl waar de zygoten uitgroeien naar zwemmende larven met flagellen, deze gaan vanuit de ouder naar een ander plek om te groeien. Sponzen produceren een variateit van antibiotica en andere defensive middelen. onderzoekers proberen deze onderdelen te isoleren wat veel goeds belooft voor het vechten tegen menselijke ziekten.

 

Holtedieren(Cnidarians) zijn een oude fylia van de Eumetazoön.

Alle dieren, behalve sponzen en een paar ander groenpen, behoren tot de clade Eumetazoa, dit zijn dieren met ware weefesels. Een van oudste lijnen in deze clade zijn de holtedieren(Cnidarians). holtedieren hebben zich gediversifiseerd in een grote hoeveelheid bewegende en niet bewegende soorten, denk hierbij aan kwallen, koralen en hydra's. Toch hebben de meeste holtedieren(Cnidarians) een relatief simpel, diplobastische en radiaale lichaambouw die 570 miljoen geleden al bestond. De lichaamsbouw van een holtedier(Cndidarian) bestaat uit een zaak met een centraal gelegen verterings compartement, het gastrocavulaire holte. Een enkele opening naar deze holte functioneert als mond en als anus. Er zijn twee variaties op deze lichaamsbouw: De niet bewegende poliep en de bewegende medusa. Poliepen zijn ronde vormen die zich vastzetten aan een substraat aan het achtereind van hun lichaam(de kant waar de mond/anus niet zit), ze rekken hun tentakels uit en wachten op hun prooi. Een medusa is een platte mond/kont naar beneden versie van de poliep. Het beweegt vrij in het water, door een combinatie van meegaan met de stroom of het samentrekken van het lichaam. Onder de Medusa horen ook de kwallen. De tentakels van een kwal hangen onder het orale deel, wat naar beneden is geplaatst. Sommige holtedieren(cnidarian) bestaan alleen als poliepen of alleen als medusa, anderen hebben beide fases in hun levenscyclus. holtedieren(Cnidarians) zijn carnivoren die tentakels, geplaatst in een ring om hun mond, vaak gebruiken om prooi te vangen. Ze drukken met de tentakels de prooi in hun mond, waarna in het lichaam de vertering begint. De tentakels zijn bewapend met grote hoeveelheden netelcellen(Cnidocyten), cellen die alleen voorkomen bij holtedieren(cnidarians) en die hun functie hebben als defensie of voor het vangen van prooi. Capsule achtige organellen die vooruit kunnen schieten geven de holtedieren(cnidarians) hun naam. Gespecialiseerde cnidae die we nematocyden noemen hebben een stekende draad die de lichaamscellen van de prooi kunnen doordringen. Samentrekkende en zenuwweefsel komen in hun simpelste vorm voor in holtedieren(cnidarians). De cellen van de epidermis en gastrodermis hebben bundels met microfilamenten ingedeeld in samentrekkende vezels. De gastrovasculaire holte heeft functie als een waterachtig skelet waartegen de samentrekkende cellen kunnen werken. Beweging wordt gecoordineerd door zenuwstelsel. holtedieren hebben geen hersenen en het niet gecentraliseerde zenuwstelsel werkt samen met de sensoren van het lichaam. Het fylum holtedieren is opgedeeld in vier grote klassen: Hyrdozoa, Scypozoa, Cubozoa en Antozoa.

Hydrozoa.

De meeste hyrdozoa wisselen tussen poliep en medusa vorm. De poliepe fase is meer opvallend dan de medusa vorm. Hydra's, een van de weinige soorten holtediern die te vinden zijn in zoetwater, zijn hier een uitzondering op omdat zij alleen in poliepvorm voorkomen. Wanneer de omgevingsfactoren goed zijn, produceert een hydra zich aseksueel voort door knopvorming, ze vormen uitgroeisels die van de ouder afgaan en alleen verder leven. Wanneer de omgevingfactoren achteruit gaan kan de hydra zich ook seksueel voorplanten, ze vormt dan zygoten die sluimeren totdat de omgeving verbeterd.

Scyphozoa.

De medusa is meestal de dominante fase van hun levenscyclus. De medusa van de meeste soorten die leven zijn kwallen. De meeste kust Scyphozoa gaan door een fase als kleine poliepen terwijl de Scyphozoa midden op zee deze fase vaak helemaal niet hebben.

Cubozoa.

Cubozoa hebben een vierkante vorm tijdens hun medusa fase. Cubozoans kunnen onderscheiden worden van de Scyphozoans in verschillende manier voorbeelden zijn. Ze hebben complexe ogen in de voorkant van hun medusae. Ze zijn vaak sterkere zwemmers en daarom stranden deze soorten minder. Cubazoans leven vooral in de tropische oceanen en ze zijn daar vaak bewapend met erg toxische netelcellen. De zeewesp een Cubazoan die leeft voor de kust van australie is een van de meest dodelijke organismen die we kennen. Zijn steek zorgt voor intense pijn en kan leiden tot ademhalingsstilstand en hartstilstand, dood binnen enkele minuten.

Anthozoa

Zee anemonen en koralen behoren tot de klasse anthozoa. Deze holtedieren komen alleen voor als poliepen. De koralen leven zowel alleen als in kolonies en veel soorten scheiden een hard exoskelet uit gemaakt van calciumcarbonaat. Elke poliep generatie bouw zich op de vorige generatie verder, hierdoor onstaan gigantische koraalriffen. Koraalriffen voor de zee, wat regenwouden zijn voor het tropische land. Ze zorgen voor een habitat voor veel andere dieren. Maar net als regenwouden worden koraalriffen ook vernietigd door de mens op een alarmerende snelheid. Vervuiling, overbevissing en global warming zijn grote gevaren en kunnen meehelpen met de afname van de koraalriffen. Dit omdat koralen maar een kleine weerstand hebben tegen temperatuurschommelingen.

 
Gebruikerswaardering: / 1
LaagsteHoogste 

Lophotrochozoa een clade geïdentificeerd door moleculaire data, en met de meeste lichaamsvormen.

Een grote hoeveelheid van dieren soorten behoren tot de clade bilateria, de meeste leden van deze clade hebben een bilaterale symmetrie en een triploblastische ontwikkeling. De meeste bilateria zijn ook coelomaten. Terwijl de volgorde van bilaterale evolutie een onderwerp van onderzoek is denken de meeste onderzoekers dat de voorouder van de bilateria bestond tijdens het late proterozoic eon(ongeveer 575 miljoen jaar geleden). De grootste groepen bilateria kwamen voor het eerst voor tijdens de cambrium explosie. Ondanks dat de clade Lophotrochozoa voorkomt door moleculaire data, komt de naam toch voor uit de kernmerken van de dieren die ertoe behoren. Sommige Lophotrochozoa ontwikkelen een structuur die we een lophophore noemen, een kroon van wimperachtige tentakels die zijn functie heeft bij het voeden. Andere soorten gaan door een herkenbare fase die de Trochophore larve wordt genoemd. Lophotrochozoa zijn de meest diverse soort bilateria in termen van hun lichaamsbouw. Dit is weer te zien in het aantal fylia dat Lophotrochozoa heeft namelijk 18 fylia.

Platwormen.

Platwormen leven in zout,zoet en natte omgevingen. Platwormen worden platwormen genoemd omdat ze een dun lichaam hebben dat geplat is over de lengte. De kleinste platwormen zijn microscopisch en vrijlevende soorten, terwijl sommige lintwormen wel 20 meter kunnen worden. Ondanks dat platwormen triploblastische ontwikkeling doorgaan zijn ze acoelomaten(dieren zonder lichaamsholte). Omdat ze een lichaam hebben dat perfect is voor diffusie van water,gassen en uitscheiden van stikstof afval hebben de platwormen geen organen voor gaswisseling en hun relatief simpele uitscheidingsorganen helpen meer bij het op stand houden van de osmotische waarde van hun lichaam. Het uitscheidingsorgaan van de platwormen noemen we protonephridia, dit zijn kleinen pijpjes met wimperachtige structuurtjes die flame bulbs worden genoemd, deze bulbs trekken vocht door de opening aan de buitenkant van het lichaam. De meeste platwormen hebben een gastrocavulaire holte met maar een opening. Ondanks dat de platwormen niet een echt vaatstelsel komen de nutrienten wel in de cellen van de platworm door de fijne aftakkingen vanuit de gastrocavulaire holte. Platwormen zijn opgedeeld in vier soorten. Turbularia, Monogenea,Trematoda en Cestoda.

Turbullaria.

Turbullaria zijn voornamelijk vrijlevende zeedieren. De meeste bekende Turbullaria zijn de leden van het geslacht Dugesia, die meestal planaria worden genoemd. Planaria komen veelal voor in niet verontreinigde vijvers en rivieren, planaria voeden zich met kleine dieren of dode dieren. Ze bewegen doormiddel van cilia(wimperachtige organen). De kop van een planaria heeft een paar lichtgevoelige oogplekken en een aantal lateral flappen die chemische stoffen kunnen waarnemen. Het zenuwstelsel van de Planaria is meer complex en gecentraliseerd dan de zenuwstelsels van de holtedieren. Sommige planaria kunnen aseksueel voortplanten door splijting. De moeder planaria splijt zich in de midden in een hoofd eind en een staarteind, elk uiteind regenereerd de ontbrekende delen. De planaria kunnen zich ook seksueel voortplanten, Planaria zijn hermafrodieten en partners bevruchten vaak elkaar.

Monogenea en Tramatoden.

Monogenea en trematoden leven als parasieten in of op dieren. Veel van hun hebben zuigers die hun interne organen koppelen aan de organen of buitenkant van hun gastheer. De voortplantingsorganen beslaan bijna het gehele interieur van hun lichaam bij deze wormen. Trematoden zijn parasieten van een grote verscheidenheid van gastheren, ook hebben de meeste een complexe levenscyclus met wisselende fases van aseksueel en seksueel. Veel trematoden zijn een tussengastheer nodig waar de larven zich ontwikkelen voordat ze de uiteindelijk gastheer kunnen infecteren. Over de hele wereld zijn ongeveer 200 miljoen mensen besmet met blood flukes, deze mensen krijgen schistosomiasis een ziekte die zorgt voor pijn, bloedarmoede en dysenterie. Door het namaken van de lichaamsproteinen van hun gastheer is de blood fluke gedeeltelijk imnuunologische gecamoufleerd. Daarnaast laat de blood fluke moleculen vrij die het immuun systeem beinvloeden tot het tolereren van de blood fluke. Deze defensive taktieken zijn zo goed dat een blood fluke wel tot 40 jaar kan overleven in een gastheer. De meeste Monogenea zijn echter externe parasieten van vissen. De levenscyclus van deze soort is vrij simpel een vrij zwemmende larve infecteerd een vis.

Lintwormen.

Lintwormen(Cestoda klasse) zijn ook parasieten. De volwassenen leven voornamelijk in gewervelden, inclusief mensen. Lintwormen hebben geen mond en gastrucavulaire holte. Ze absorberen nutrienten in de gastheer zijn darmstelsel door opname. Voor de scolex is een lange rij van segmenten die proglottids heten, wat eigenlijk niet meer zijn dan kleine zakjes met seks organen. Na seksuele reproductie verlaten de proglottids het lichaam van de gastheer doormiddel van poepe en bevatten duizenden eitjes. Mensen krijgen de larven vaak binnen door niet goed voorbereid eten, de wormen groeien uit tot volwassen lintwormen.

Radardiertjes

Radardiertjes zijn kleine diertjes die in zoetwater,zoutware en vochtige omgevingen voorkomen. Ze verschillen in grote van ongeveer 50micrometer tot 2 millimeter, radardiertjes zijn vaak kleiner dan veel protisten maar zijn evenwel meercellige dieren en hebben gespecialiseerde organen. In tegenstelling tot holtedieren en platwormen, die een gastrocavulaire holte hebben, hebben Radardiertjes een spijsverteringskanaal met een aparte mond en anus. De interne organen liggen in de pseudocoeloom. Het vocht in de pseudocoeloom werkt als een waterskelet. Door beweging kan het Radardiertje zich voeden, water en voedingsstoffen vloeien dan door zijn lichaam. Radardiertjes hebben een vreemde manier van voortplanten een voortplanting genaam parthenogenisis.

Lophophoraten: Ectoprocts en Brachiopods

Bilateralen in de fylia Ectoprocta en brachiopoda zijn bekend als Lophophoraten. Deze dieren hebben een lophophore, een groep van ciliated tentakels om hun mond. Wanneer de cilia water naar de mond trekken filteren ze voedseldeeltjes uit het water. Andere overeenkomsten zoals een u vorming spijsverteringskanaal en de afwezigheid van een duidelijk hoofd geven aan dat deze dieren in een stilstaande stand leven.

Ectoprocten zijn koloniale dieren die heel erg lijken of moss. In de meeste gevallen zit de kolonie is een hard skelet gevormd met porieën waaruit de lophophoren uitstrekken. De meeste ectorpocten leven in de zee waar ze de meeste wijd verspreide soorten hebben. Ectoprocten leven ook in zoetwater daar groeien ze op stenen,hout waar ze uitgroeien als een gelatine achtige bal die soms wel 10 cm kan worden. Brachiopoden lijken heel erg veel op schelpen, het verschil is dat de brachiopod zijn schelp over de lengte en breede loopt in plaat van parralel, zoals dat bij de schelpen wel is. Alle brachiopoden zijn zeedieren, de meesten leven vastgekleefd aan de zeebodem, ze openen hun schelp om water binnen te laten.

Weekdieren.

Slakken, naaktslakken, oesters, schelpen, octopussen en inktvissen zijn allemaal weekdieren. De meeste weekdieren zijn zoutwaterdieren maar ze komen ook voor in zoetwater en op het land. Weekdieren zijn zachte dieren, maar de meeste scheiden een harde schelp uit die gemaakt is van calcium carbonaat. Naaktslakken, inktvissen en octopussen hebben een interne schelp of hebben helemaal geen schelp meer. Ondanks de verschillen hebben weekdieren allemaal dezelfde lichaamsbouw. Weekdieren zijn coelomaten en hun lichaam bestaan uit 3 belangrijk delen: een voet met spieren, een viscerale massa waar de meeste interne organen in zitten en een mantel een weefsel wat om de visceral massa heenzit en vaak een schelp uitscheid. Bij veel weekdieren, is de mantal groter dan de visceral massa en produceert hij ook een water gevulde kamer, de mantel holte, hierin zitten de kieuwen, anus en excretie porieën. Veel weekdieren voeden zich doormiddel van de radula, waar ze voedsel mee kunnen opschrapen. De lichaamsbouw van weekdieren is geevolueerd in verschillene manieren, hierdoor zijn er 8 verschillende fylia: Polyplacophora, gastropoda, bivalvia en Cephalopoda zijn hier voorbeelden van.

Keverslakken

Keverslakken hebben ovaal lichaam en een schelp verdeeld in 8 dorsale platen. De Keverslak zijn lichaam zelf is ongesegmenteerd. Keverslakken vind je op stenen tijdens het tij. Wanneer je een Keverslak probeert los te wrikken zal je zien dat hij zich zelf erg vast heeft gezet doormiddel van zuiging en zijn voet. Keverslakken kunnen ook bewegen doormiddel van hun voet en ze gebruiken hun Radula om zich te voeden met algen van de steen zijn oppervlakte.

Gastropoden

Gastropoden ongeveer 3 kwart van alle levende soorten weekdieren zijn Gastropoden. De meeste Gastropoden zijn zoutwaterdieren, maar er zijn een aantal zoetwaterdieren. Sommige Gastropoden hebben zich aangepast voor het leven op het land, hiertoe behoren de tuinslakken en naaktslakken. Een belangrijke eigenschap van de klasse Gastropoden is een ontwikkelingsprocess wat bekend staat als Torsion. Wanneer Gastropoden als embryo zich ontwikkeling draaien ze hun viscerale massa 180 graden, hierdoor komt de mantel en zijn anus boven zijn hoofd te lichen. Na de torsion zijn sommige organen die bilateraal lagen verkleind of helemaal verdwenen. De meeste Gastropoden hebben een enkele gespiraliseerde schelp waarin ze zich terugtrekken wanneer ze bedreigd worden. Veel Gastropoden hebben een hoofd waarop hun ogen op tentakels staan. De meeste Gastropoden gebruiken hun radula op algen te eten of planten. Toch zijn enkele Gastropoden ook predatoren en hun radula is gespecialiseerd om te boren in schelpen of andere Gastropoden om hun te eten. Slakken die op het land leven hebben geen kieuwen meer in plaats daarvan functioneerd hun mantel holte als een long.

Tweekleppigen

De weekdieren van de klasse tweekleppigen bevatten veel schelpen, oesters en mosselen. Tweekleppigen hebben hun opgedeeld in twee delen. Een krachtige spier trekt beide helften naar elkaar toe om zijn lichaam te beschermen. Tweekleppigen hebben niet een herkenbaar hoofd en hun radula is verdwenen. Sommige tweekleppigen hebben ogen en waarnemingsorganen aan de uiteinde van hun mantel. De mantel holte van veel tweekleppigen bevat kieuwen die werken voor de gasuitwisseling en voeding. De meeste tweekleppigen zijn suspensievoeders. De meeste tweekleppigen hebben een zittend leven een karakteristiek voor suspensievoeders.

Koppotigen

Koppotigen zijn actieve predatoren, ze gebruiken hun tentakels om prooien te grijpen welke ze daarna bijten met hun snavelachtige bek, ook versuffen ze de prooi met gif in hun slijm. De poot van de Koppotigen is gemodificeerd in een spier die aan hun tentakels vastzit. Inktvissen speren door het water door water in en uit hun holte te spuwen, ze sturen door de sifon in verschillende directies te houden. Octopussen gebruiken dezelfde taktiek om bij predatoren weg te komen. Koppotigen zijn de enige weekdieren met een gesloten vaatsysteem. Daarnaast hebben goed aangepast organen en een complex stel hersenen. De voorouders van inktvissen en octopussen waren waarschijnlijk weekdieren met een schelp die een predator levensstijl hebben opgenomen. Koppotigen met een schelp, ammonieten sommige zo groot als vrachtwagenbanden, waren dominante predatoren voor honderden miljoenen jaren tot hun uitsterven aan het eind van de krijt prediode. De gigantische inktvis(Archetuthis dux) was een lange tijd de grootste inktvis die we kenden, hij had een kop van 2,25 meter en een lengte van 18 meter. In 2003 is een inktvis gevonden, mesonychoteuthis hamiltoni, deze was gevangen rond antartica en had een kopgrote van 2,5 meter, wetenschappers dachten dat dit een jong was en verwachten dat de volwassen grote wel 2x zo groot is.

Ringwormen

Ringwormen worden zo genoemd vanwege de ringen in hun lichaamsvorm. Ringwormen zijn gesegmenteerde wormen die in de zee leven, zoetwater en vochtige grond. Ringwormen zijn coelomaten en ze verschillen in lengte van 1 mm tot meer dan 3 meter. Ringwormen kunnen worden verdeeld in 3 klassen, oligochaeta, polychaeta en Hirudinae.

Oligochaeta

Oligochaeta worden zo genoemd door kleine haartjes gemaakt van chitine op hun lichaam. De klasse van gesegmenteerde worden omvangd ook de aardwormen en een aantal waterwormen. Wormen eten hun weg door de grond en halen hieruit hun nutrienten. Onverteerd materiaal gemixt met slijm wordt uitgescheiden door hun anus. Boeren zijn blij met wormen omdat deze de aarde luchtiger maken. Wormen zijn hermafrodieten maar ze zorgen wel voor kruisbevruchting. Twee wormen ontmoeten elkaar en bevruchten elkaar, daarna gaan ze uit elkaar. Sommige wormen planten zich ook aseksueel voort door deling, ze fragmenteren en regeneren de missende delen.

Polychaeta

Elk segment van de Polychaeta heeft paar van peddel achtige of richel achtige structuren die parapodia worden genoemd. De parapodia helpen bij het bewegen. Elk parapodium heeft een groot aantal chaetae daarom hebben Polychaeta vaak meer chaetae per segment dan oligochaeta. Polychaeta zijn tesamen een grote klasse van diverse soorten die veelal in de zee voorkomen. Een paar soorten drijven en zwemmen tussen het plankton, maar de meeste kruipen op of graven in de zeebodem, veel anderen leven in buizen.

Bloedzuigers

De grootste hoeveelheid Bloedzuigers komen voor in zoetwater, maar er zijn ook een aantal zoutwater Bloedzuigers en Bloedzuigers die op het land voorkomen in vochtige vegetatie. Bloedzuigers varieren in lengte van 1 tot 30 cm. Veel zijn predatoren die zich voeden op ongewervelden, toch zijn er ook een aantal parasieten die bloed zuigen van dieren. De gastheer is zich meestal niet bewust van de bloedzuiger omdat deze een verdovende stof heeft. Ook heeft de bloedzuiger een stofje wat er voor zorgt dat het bloed niet stolt rondom de wond, deze stof heet hirudin. De Bloedzuigers kan heel veel bloed opnemen soms meer dan 10x zijn eigen gewicht.

Hirudin wordt getest voor gebruik tegen bloedproppen tijdens operaties.

 

Laatst aangepast (donderdag 05 januari 2012 12:32)

 

Ecdysozoans zijn de meest soorten rijke dieren groep.

Ondanks dat ze bijna alleen gedefineerd zijn door moleculaire bewijzen, heeft deze clade heel veel dieren die hun huid afscheiden(cuticle) als ze groeien. Door deze eigenschap heeft deze groep zijn naam gekregen, het is een rui zonder veren, alleen het harde schild word afgegooid. Ecdysozoa groep bestaat uit acht dierlijke fylia en heeft meer soorten dan de protisten, schimmels, planten en andere dierengroepen samen. De twee grootste groepen zijn Rondwormen(Nematoden) en Arthropoden, het zijn de meest succesvole dierlijke groepen van allemaal.

Rondwormen(Nematoden).

De meeste voorkomende Rondwormen(Nematoden) of rondwormen kan je vinden in de meeste water omgevingen of vochtige grond, weefsels van planten en in de weefsels van dieren. Rondwormen(Nematoden) hebben geen gesegmenteerd lichaam. De ronde lichamen van de Rondwormen(Nematoden) verschillen in lengt vanaf 1mm tot 1meter, vaak hebben ze een puntige voorkant en een stompe punt aan de achterkant. Het lichaam van de Nematode is bedekt met een stugge opperhuid, wanneer de worm groeit gooid het zijn opperhuid af en scheid het een nieuwe af.  Rondwormen(Nematoden) hebben een spijsverteringkanaal maar ze missen een vaatsysteem. Nutrienten worden vervoerd door de lichaamsvloeistof in de pseudocoeloom. De lichaamswand spieren zijn van over de lengte en hun samentrekkingen zorgen voor de beweging. Rondwormen(Nematoden) planten zich meestal seksueel voor. Bij de meeste soorten zijn de vrouwtjes groter dan de mannetjes. Een vrouwtje kan wel 100.000 of bevruchte eitjes per dag leggen. De zygotes van de meeste soorten zijn resistente cellen die kunnen overleven in harde omstandigheden. Ondanks dat er 25.000 soorten bekend zijn is de schatting dat het aantal verdubbeld kan worden om bij het aantal te komen dat werkelijk bestaat. De vrijlevende wormen spelen een belangrijke rol in de nutrienten cyclus, maar er is weinig bekend over de meeste soorten.

Het fylum Nematoda bevat veel agricultuur ongedierte dan planten wortels aanvalt. Andere soorten van deze groep parasiteerd op dieren. De parasieten onder Rondwormen(Nematoden) hebben een buitengewone mogelijkheid dat het voor hun mogelijk maakt om de cellen van hun gastheer te veranderen om zo hun immuun systeem te omzeilen. De Rondwormen(Nematoden) die planten parasiteren injecteren cellen met een stof waardoor de plant just extra nutrienten naar de plaats van aanval stuurt.

Geleedpotigen(Arthropoden)

Zoologen schatten dat er ongeveer 1 miljard Geleedpotigenleven op aarde. Meer dan een miljoen Geleedpotigen(Arthropoden)zijn beschreven waarvan de meeste insecten zijn. Leden van het fylum Geleedpotigen(Arthropoden)zijn in bijna elke habitat te vinden van de biosfeer. Geleedpotigen(Arthropoden)moeten worden gezien als het meest succesvolle dierlijke fylia.

Geleedpotigen afkomst(Arthropoden)

Biologen denken dat het succes van de geleedpotigen veel te maken heeft met hun lichaamsbouw. De eerste fossielen met dezelfde lichaamsbouw dateren van 535 miljoen jaar geleden. Samen met geleedpotigen zijn er nog een aantal andere soorten gevonden, de lobopods, een uitgestorven groep waar de geleedpotigen mogelijk uit geevolueerd zijn. De eerste geleedpotigen zoals de trilobiet lieten ook variatie zien van segment tot segment. Terwijl geleedpotigen zich bleven ontwikkeling, gingen de segmenten steeds meer vergroeien en werden steen minder in aantal, ook werden de segmenten gespecialiseerd in hun functie. Welke genetische veranderingen leiden tot de steeds complexere lichaamsvormen van de geleedpotige. De Geleedpotigen vandaag de dag hebben twee aparte Hox genen, beiden beinvloeden ze het segmenteren.

Belangrijke karakteristieken van de geleedpotigen(Arhtropoden)

Over een periode van evolutie zijn de onderdelen van sommige geleedpotigen aangepast,verbeterd en gespecialiseerd in functies zoals lopen, voeding, waarneming, voortplanting en verdediging. Het lichaam van een geleedpotige is geheel omsloten door een exoskelet wat bestaat uit lagen van proteines en het polysacharide Chitine. Het exoskelet kan hard zijn op bepaalde plekken en zacht zijn op andere plekken, of flexibel op plekken waar veel beweging nodig is. Het sterke exoskelet beschermd het dier en zorgt voor punten waar de spieren zich kunnen hechten. Het nadeel van dit skelet is dat het dier niet kan groeien en dus soms zijn exoskelet moet afwerpen. Het proces van vervellen kost veel energie en zorgt ervoor dat de dieren tijdens het vervellen erg kwetsbaar zijn. Geleedpotigen begonnen te diversifiseren tijdens het vroege paleozoic, waar ze direct achter de planten aan land kwamen. Bewijs komt van een 428 miljoen jaar oude miljoen poot die gevonden is in schotland.

Geleedpotigen hebben goed ontwikkelde waarnemingorganen, inclusief ogen en reukorganen, daarnaast ook nog een antenne die helpt bij tast en reuk. De meeste waarneming organen zijn gevestigd aan de voorkant van het lichaam. Net zoals veel Weekdieren hebben Geleedpotigen een open vaatsysteem. In dit vaatstysteem zit een vloeistoef de hemolymph en het is aangestuurd door een hart. Hemolymph komt het hart weer binnen door kleine porien die vaak kleppen bevatten. De hemolyph gevulde lichamens synussen worden collectief hemocoel genoemd. Ondanks dat geleedpotigen coelomaten zijn is in de meeste geleedpotigen het coelom kleiner, meestal word het coelom de belangrijke lichaamsholte.

Een verscheidenehid aan gasuitwisseling organen heeft zich ontwikkeld in geleedpotigen. De organen zorgen voor diffusie van de ademhalingorganen ondanks dat er een hard exoskelet om het organisme zit. De meeste aquatische soorten hebben kieuwen met kleine veerachtige uitstulpingen die in contact komen met het omringende water. De land geleedpotigen hebben vaak een systeem van trachea. Morfologisch en moleculaire data bewijst dat er 4 belangrijke groepen binnen de geleedpotigen bestaan. Cheliceriforms(Zeespinnen, horshoe krab, scorpioenen, teken, mijten en spinnen)Myriapods(Miljoenpoot en duizendpoot)Hexapods(Insecten) en schaaldieren(krabben,kreeften,garnalen).

Cheliceriforms

Cheliceriforms dragen hun naam door hun klauwachtige voedingsarmen chelicerae welke dienen als knijptang of giftanden. Cheliceriforms hebben een voorste cephalothorax en achter buik. Ze hebben geen antenne en vaak simpele ogen. De eerste Cheliceriforms waren eurypterids of water scorpioenen. De zee en zoetwater organismen konden tot 3 meter groot worden. Ook konden ze waarschijnlijk op land lopen net als de krabben van tegenwoordig doen. De meeste zee Cheliceriforms zijn uitgestorven, onder de overlevende Cheliceriforms behoort de zeespin en horseshoe krabben. het overgrote deel van de Cheliceriforms  zijn de arachnid, hieronder behoren spinnen, scorpioenen teken en mijten. Tekenen veel mijten behoren tot een grote groep parasitische geleedpotigen. Bijna alle teken zijn bloedzuigende parasieten. Parasitische mijten leven in of op veel dieren. Arachnid hebben een voorkant(cephalothorax) met zes paren ledematen, de chelicerae; zijn een paar ledematen die helpen bij het voelen eten of voorplanten en 4 paar ledematen die helpen bij het bewegen. Spinnen gebruiken hun chelicerae om hun prooi met gif te injecteren. Bij de meeste spinnen is gasuitwisseling een taak van de boeklong, een op elkaar gestappelde plaatachtige structuur die zich bevind in een interne kamer. Een unique aanpassing van spinnen is de mogelijkheid om insecten te vangen met een web geconstrueerd uit silk, een vloeibaar proteine wat geproduceerd word door speciale klieren.

Myriapods.

Miljoenpoten en duizendpoten behoren tot het subphylum myriapoda, al de nog levende myriapoden zijn landdieren. Miljoenpoten hebben een groot antal poten maar toch beduidend minder dan een miljoen. Elke segment is gevormd uit twee samengesmolten segmenten en heeft twee paar poten. Miljoenpoten eten rottende plantenresten. Ze zijn waarschijnlijk de eerste dieren geweest die op het land voorkwamen. In tegenstelling tot miljoenpoten zijn de duizendpoten carnivoren. Elke segment bestaat uit 1 paar poten en duizendpoten hebben een gif bij hum voorkant.

Insecten.

Insecten en hun familie de hexapoten zijn meer soortenrijk dan welk ander rijk dan ook, zelfs meer dan alle rijken samen. Ze leven in zo goed als elk gebied op aarde. Insecten zijn minder te vinden in zee gebieden maar toch zijn ze er wel te vinden. De interne anatomie van insecten bevat enkel complexe orgaansystemen. De oudst gevonden fossielen dateren vanuit het devonian 416 miljoen jaar geleden. Een fossiel bestand van monddeeltjes van instecten geeft aan dat gespecialiseerd voeden op planten ook heeft begedragen aan de verscheidenheid en aanpassingen van insecten. Vliegen is natuurlijk een van de belangrijkste factoren voor het grote succes van de insecten. Dieren die kunnen vliegen kunnen makkelijker predatoren ontwijken, ook is het vinden van voedsel en leefruimte veel makkelijker. Vleugels zijn uitstulpingen van het cuticle en geen ware ledematen, hierdoor kunnen insecten vliegen zonder er poten voor hoeven op te offeren. In tegenstelling hiertegenover hebben gewervelde gevleugelden een poot die is gemodificeerd tot vleugel, waardoor sommige soorten klunzig op de grond zijn. Morfologisch en moleculaire date geeft aan dat vleugels maar een keer zijn geevolueerd in insecten. Veel insecten ondergaan metamorfose tijdens hun ontwikkeling. Bij de onvolledige metamorfose van sprinkhanen en sommige andere insecten, lijken de jongen redelijk op hun volwassenen, hier zijn de jongen alleen kleiner en hebben geen vleugels. De nymf ondergaat een aantal vervellingen waarbij de laatste vervelling het insect zijn volwassen grote, vleugels krijgt en seksueel volwassen is. Insecten met een volledige metamorfose hebben een larve stadium gespecialiseerd voor eten en groeien, bekende namen zijn, rups, made of grub.

Voorplanting bij insecten in meestal seksueel met verschillende mannen en vrouwelijke individuen. Volwassenen komen samen en herkennen elkaar door te flashen met felle kleuren, geluid of geuren. Bevruchting is meestal in het lichaam. Insecten zijn weergegeven in 30 ordes. Dieren die zoveel voorkomen en weidverspreid zijn moeten het leven van andere levensvormen wel beinvloeden. We zijn afhankelijk van bijen, vliegen en veel andere insecten voor het bestuiven van onze gewassen. Aan de andere kant zijn insecten ook dragers van vele ziekten.

Schaaldieren(Crustaceans)

Terwijl arachniden en insecten voornamelijk op het land voorkomen zijn schaaldieren achter gebleven in de waterige omgevingen. Schaaldieren hebben meestal erg geadvanceerde ledematen. Kreeften en rivierkreeften hebben bijvoorbeeld een totaal van 19 verschillende paren ledematen. De voorste ledematen zijn antenne's, de schaaldieren zijn de enige arthropoden die 2 paar  hebben. Drie of meer ledematen paren zijn gemodificeerd als monddelen inclusief de harde kaken. Poten op mee te lopen zijn aanwezig aan de thorax in tegenstelling tot insecten hebben schaaldieren ook ledematen aan het achterste deel van hun lichaam. Een verloren ledemaat kan worden teruggekregen tijdens de volgende vervelling. Kleine schaaldieren wisselen gas uit door kleine gaatjes in hun schaal, grotere soorten hebben vaak kieuwen. Stikstof afval diffuseerd ook door de kleine porien in hun schaal, een paar klieren regelt de zoutbalans van het hemolymfe. Seksen zijn verschillend in de meeste schaaldieren.  De meeste schaaldieren gaan door een of meer larve stadia. Een van de grootste groep van de schaaldieren zijn de isopoden, hieronder vallen de land, zoetwater en zoutwater soorten. Sommige isopod soorten komen veel voor op de bodem van de oceaan. Onder de landieren vallen de houtluizen. Kreeften, rivierkreeften, krabben en garnalen vallen onder de groep die decapoden word genoemd. De schaal van decapoden is gehardend door calcium carbonaat. Meeste decapoden zijn zoutwater dieren. Rivierkreeften leven in zoetwater en sommige tropische krabben leven op het land. Veel kleine schaaldieren zijn belangrijke dieren in het planton van zowel zoet als zoutwater. Planton soorten bevatten veel soorten copepoden, welke het meest voorkomen van alle soorten dieren, denk bijvoorbeeld als het garnaalsoort krill.

zeepokken zijn een groep van meestal niet bewegende schaaldieren ook bij zeepokken is de schaal gehard door calciumcarbonaat. De meeste zeepokken verankeren zich aan rotsen, boten en andere onderwater staande dingen. Hun natuurlijke lijm is net zo sterk als synthetische lijm. Om te eten rekt de zeepok ledematen vanuit zijn schaal om voedsel te grijpen uit het water.

 

 

Stekelhuidigen en chordadieren zijn deuterostomen.

Van veel Zeesterren, zee egels en andere stekelhuidigen lijkt dat ze weinig overeenkomsten hebben met het fylum chordata. Toch hebben stekelhuidigen en chordadieren veel overeenkomsten met de deuterostome ontwikkeling van chordata, voorbeelden zijn radiale klieving en de plek van de mond tijdens de embryonale fase. Moleculaire systematici hebben de deuterostome ontwikkeling versterkt als een clade van bilaterale dieren. Maar sommig moleculair bewijs geeft ook aan dat sommige fylia met soorten die deuterostome ontwikkeling hebben niet in de deuterostome clade zitten.

Stekelhuidigen.

Zeesterren en de meeste andere stekelhuidigen zijn traag voortbewegende of stilstaande zeedieren. Een dunne huid omvat het endoskelet van harde calcium platen. De meeste stekelhuidigen zitten vol met stekels en builten van het skelet. Uniek bij stekelhuidigen is het water vasculaire systeem. een netwerk van hydraulische die aftakken in extensies die tube feet worden genoemd, deze hebben een functie in beweging, voeden en gasuitwisseling. Seksuele voorplanting bij stekelhuidigen heeft meestal betrekking op aparte mannelijke en vrouwelijke individuen die hun gameten in het waren vrijlaten. Het interne en externe deel van de meeste volwassen stekelhuiden stralen meestal vanuit het midden uit in 5 spaken. De symmetrie van een volwassen stekelhuidige is vaak niet helemaal symmetrisch. Levende stekelhuidigen zijn opgedeeld in 6 klassen: Asteroida(Zeesterren), Ophiuroidea(slangsterren), Echinoidae(zee egels en zanddollars), crinoidae(zee lelies en geveerde sterren), Holothuroidae(zeekomkommers) en concentricycloidae(zeemadeliefjes).

Zeesterren.

Zeesterren hebben meerdere armen die uitstralen van de centrale schijf , de onderkant van de armen hebben tube feet. De zeestar zit straks vast aan stenen of kruipt langzaam of de zeevloer. Zee steren gebruiken hun tube feet ook om prooit te pakken zoals oesters en schelpen. Het verteringsstelsel van zee sterren scheidt stoffen uit die ervoor zorgen dat de oester in zijn cel al begint te verteren. Zee sterren en andere stekelhuidigen en hebben enorme regeneratie mogelijkheden. Zee sterren regeneren verloren armen en er zijn soorten die kunnen regeneren van een overblijvende arm.

Slangsterren

Slangsterren hebben en opvallende centrale schijf en lange flexible armen. Ze beweging meestal door met hun armen te bewegen in slangachtige bewegingen. Sommige soorten zijn suspensie voeders anderen zijn predatoren of aasdieren.

Zee eegels en zanddollars.

Zee eegels en zanddollars hebben geen armen maar de hebben vijf rijen van tube feet die ervoor zorgen dat ze langzaam kunnen bewegen. Zee eegels hebben daarnaast nog spieren die hun lange stekels kunnen bewegen. De stekels helpen bij verdediging en beweging. Zee eegels zijn rond en zanddollars zijn platte schijven.

Zee lellies en veersterren.

Zee lellies leven vastgeklampt aan een substraat door een stengel; Veersterren kruipen rond door het gebruik van hun lange flexibele armen. Beiden gebruiken hun armen in suspensie voeding. De armen zitten rondom de mond die naar boven staat weg van het substraat.

Zeekomkommers

Wanneer we naar een zeekomkommer kijken lijkt hij weinig te lijken op andere stekelhuidigen. Ze hebben geen stekels en ze hebben een verminderd endoskelet. Ze zijn ook verlengd in hun oral-aboral axis, waardoor ze de vorm krijgen van een komkommer.

Zee madeliefjes

Zee madeliefjes zijn ontdekt in 1986 en er zijn maar 3 bekende soorten. Alle soorten komen voor op onderwatergelopen hout. Een zee madeliefje haar lichaam heeft geen armen en is eigenlijk alleen maar een platte schijf. Het heeft een vijfkantige vorm en is kleiner dan een centimer in diameter. Het lichaam is omring door kleine stekels. Zee madeliefjes absorberen voedingsstoffen door een membraam dat om hun lichaam zit.

Chordadieren

Het fylum chordata heeft twee subfylums van ongewervelden en ook slijmprikken en gewervelden. Chordadieren zijn bilateraal symetrische coelomaten met gesegmenteerde lichamen. De relatie tussen stekelhuidigen en chordadieren wil niet zeggen dat de een uit de ander is geevolueerd. Chordadieren en stekelhuidigen zijn apart geevolueerd voor ongeveer 500 miljoen jaar.

 
  • De polariteit van water moleculen zorgt voor waterstof bindingen.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
     Hoofdstuk 3 2008
    View more webinars from Biology, Utrecht University.   De polariteit van water moleculen zorgt voor waterstof bindingen. Water is zo normaal voor ons dat we vaak vergeten hoe belangrijk het is en wat voor belangrijke functies het voor ons vervult. Hoe water werkt en beweegt is.....
    Lees meer
  • Chemie en de Biologie deel 1
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
     Hoofdstuk 2 2008
    View more webinars from Biology, Utrecht University.   Biologie en Chemie zijn met elkaar verbonden. Materie bestaat uit chemische elementen en in combinaties van elementen die we bindingen noemen. Alle organismen op aarde bestaan uit materie. Materie is iets wat ruimte in nee.....
    Lees meer
  • De condities die het leven op aarde mogelijk maakten.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    De condities die het leven op aarde mogelijk maakten. Het vroegste bewijs van leven op aarde is afkomstig van fossielen van microorganismen die ongeveer 3,5 miljard jaar oud zijn. Maar wanneer en hoe zijn de eerste levende cellen verschenen? Observaties en experimenten in de chemie, geologie ..... Lees meer
  • Verloren werelden.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
      Verloren werelden. Bezoekers die naar Antarctica gaan vandaag de dag ontmoeten een van zwaarste omgevingen op aarde. In dit land van extreme koude, waar er bijna geen vloeibaar wateris, is het leven schaars en klein. Het grootste, volledige landdier is een vlieg 5 mm lang. Maar zelfs de Zui..... Lees meer
  • Waarnemen en handelen
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    Zintuiglijke en motorische mechanismen Waarnemen en handelen Een lichtflits verlicht een kort moment in een nachtelijke confrontatie. Een vleermuis die patrouilleren in de zomer de lucht op zoek naar voedsel, is op de rand van het vangen van een nachtvlinder. Geschrokken van zijn vlucht, heef..... Lees meer
  • De structuur en functie van grote biologische moleculen.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
     Hoofdstuk 5 2008
    View more webinars from Biology, Utrecht University.   De structuur en functie van grote biologische moleculen. De moleculen van het leven Gezien de grote complexiteit van het leven op aarde zou je verwachten dat organismen een enorme verscheidenheid van moleculen hebben. Opme.....
    Lees meer
  • Koolstof de ruggengraat van het leven.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
     Koolstof de ruggengraat van het leven. Hoewel water het universele medium voor het leven op aarde is, bestaan niet alle levende organismen uit water, er zijn ook organismen die uit chemische oplossingen bestaan zoals sommige planten en een bepaalde kever. Deze organismen zijn gebaseerd de chem..... Lees meer
  • Abiotische synthese van macromoleculen.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    Abiotische synthese van macromoleculen. De aanwezigheid van kleine organische moleculen, zoals aminozuren, is niet voldoende voor het ontstaan van leven zoals wij het kennen. Elke cel heeft een uitgebreid assortiment van macromoleculen, met inbegrip van enzymen en andere eiwitten en de nucleÃ..... Lees meer
  • Command and control center
    19/12/2010 | Jacko
    Command and control center  Command and control center Wat gebeurt er in je hersenen als je iets met je gedachten een foto "voor de geest haalt"? Tot voor kort hadden wetenschappers weinig hoop om deze vraag te beantwoorden. Het menselijk brein bevat naar schatting 100 miljard neuronen. De circuits die deze hersencelle..... Lees meer
  • De gewervelde hersenen regionaal gespecialiseerd.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    De gewervelde hersenen regionaal gespecialiseerd. De gewervelde hersenen regionaal gespecialiseerd. Na bestudering van de organisatie van het ruggenmerg en het parasympathische zenuwstelsel, wenden wij ons nu naar de hersenen. Bij de bespreking van de hersen organisatie, verwezen biologen vaak naar de deelsectoren die specifiek zijn op bepaald..... Lees meer
  • De synthese van organische binding op de jonge aarde.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    De synthese van organische binding op de jonge aarde. Er is wetenschappelijk bewijs dat de aarde en de andere planeten van het zonnestelsel gevormd zijn ongeveer 4,6 miljard jaar geleden. Ontstaan uit een enorme wolk van stof en stenen die rond de jonge zon Voor de eerste paar honderd miljoen..... Lees meer
  • De cerebrale cortex controleerd vrijwillige beweging en cognitieve functies.
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    De cerebrale cortex controleerd vrijwillige beweging en cognitieve functies. De cerebrale cortex controleerd vrijwillige beweging en cognitieve functies.

    Elke zijde van de hersenschors wordt gewoonlijk omschreven als dat hij vier lobben heeft, de zogenaamde frontale, temporale en occipitale en pariëtale kwabben (elke kwab is vernoemd naar een bot van de schedel). Ond.....
    Lees meer
  • Veranderingen in de synaptische verbindingen die ten grondslag liggen aan leren en geheugen
    19/12/2010 | Jacko van de Wetering
    Veranderingen in de synaptische verbindingen die ten grondslag liggen aan leren en geheugen Veranderingen in de synaptische verbindingen die ten grondslag liggen aan leren en geheugen Tijdens de embryonale ontwikkeling, stellen gereguleerde genexpressie en signaaltransductie de algemene structuur van het zenuwstelsel vast. Twee processen domineren de rest van de ontwikkeling van het ..... Lees meer
  • Aandoeningen van het zenuwstelsel kan worden verklaard in moleculaire termen.
    19/12/2010 | Jacko
    Aandoeningen van het zenuwstelsel kan worden verklaard in moleculaire termen. Aandoeningen van het zenuwstelsel, waaronder schizofrenie, depressie, drugsverslaving, de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson, zijn een belangrijk probleem voor de volksgezondheid. Samen, leiden ze tot meer ..... Lees meer
Faqt het nieuws
Faqt
Weten Begrijpen Verbazen
Faqt
  • Vel verkocht, beer niet geschoten

    Het produceren van een boek duurt lang. Vandaar dat je soms iets opschrijft dat nog moet gebeuren. Maar als het niet gebeurt?

  • Euromos gerestaureerd
    Turkse archeologen beginnen nog dit jaar met de restauratie van de overblijfselen van Euromos, een ruïnestad ten noorden van de vakantieplaats Bodrum. Euromos is bijzonder omdat er een grotendeels intacte tempel van Zeus staat (foto). Deze tempel en de omliggende ruïnes zijn gebouwd door de Cariërs, een Etruskisch volk dat rond 1500 voor Christus aan [...]
  • De ‘foutje-bedankt!’ chip

    Het klinkt als een grap, maar een chip die fouten maakt is een grote doorbraak in computertechnologie.

  • Rijn veel ouder dan gedacht

    De rivier de Rijn stroomt al heel lang door Europa. Zijn geboortedatum is net 5 miljoen jaar opgeschoven.

Kennislink - publicaties over biotechnologie
  • Genetisch schild voor beenmerg
    Chemotherapie heeft niet alleen vat op de tumor, maar vernietigt ook het gezonde beenmerg. Door de stamcellen in het beenmerg een beschermend gen mee te geven is dat te voorkomen en kunnen patiënten toch hoge doses chemotherapie krijgen. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek onder patiënten met hersentumoren.
  • Schimmels hebben hun sporen verdiend
    Eigenlijk is het net een bibliotheek. Maar in plaats van boeken bewaren ze er levende schimmels. Gedroogd, op kweek, ingevroren en in alle soorten en maten. Kennislink is op bezoek bij het Centraalbureau voor Schimmelcultures in Utrecht.
  • Gentherapie voor HIV succesvol
    Elf jaar geleden kreeg een groep HIV-patiënten een behandeling met gentherapie. Hun genetisch aangepaste afweercellen houden de virusinfectie nu nog steeds onder controle, blijkt uit Amerikaans onderzoek. En dat zonder vervelende bijverschijnselen.

Hoe kwam je op de website
Hoe ben jij op deze website gekomen?
 
Nieuwslog » biologie
De nieuwe krant
  • Onderzoekster van Grote Waternavel genomineerd voor HAS Award (video)
    Op 1 juni 2012 vindt tijdens het HAS Year Event de uitreiking van de HAS Awards plaats in de categorieën Jong Talent, Praktijkonderwijs en Bedrijfsopdracht. Anne van Gisbergen uit Bergeijk is genomineerd in de categorie Jong Talent voor haar onderzoek naar de beruchte invasieve waterplant Grote Waternavel. Anne (22 jaar) doet dit onderzoek in het [...]
  • Belang Japanse oesters in de Waddenzee veel groter dan vermoed
    Japanse oesters en mosselen zijn belangrijk voor de biodiversiteit in de Waddenzee, als voedselbron, maar ook omdat ze een leefomgeving creëren voor veel andere soorten. In een studie die onlangs online verscheen in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Ecosystems laten onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zien dat de [...]

kwal.jpg