Lophotrochozoa een clade geïdentificeerd door moleculaire data, en met de meeste lichaamsvormen.
Een grote hoeveelheid van dieren soorten behoren tot de clade bilateria, de meeste leden van deze clade hebben een bilaterale symmetrie en een triploblastische ontwikkeling. De meeste bilateria zijn ook coelomaten. Terwijl de volgorde van bilaterale evolutie een onderwerp van onderzoek is denken de meeste onderzoekers dat de voorouder van de bilateria bestond tijdens het late proterozoic eon(ongeveer 575 miljoen jaar geleden). De grootste groepen bilateria kwamen voor het eerst voor tijdens de cambrium explosie. Ondanks dat de clade Lophotrochozoa voorkomt door moleculaire data, komt de naam toch voor uit de kernmerken van de dieren die ertoe behoren. Sommige Lophotrochozoa ontwikkelen een structuur die we een lophophore noemen, een kroon van wimperachtige tentakels die zijn functie heeft bij het voeden. Andere soorten gaan door een herkenbare fase die de Trochophore larve wordt genoemd. Lophotrochozoa zijn de meest diverse soort bilateria in termen van hun lichaamsbouw. Dit is weer te zien in het aantal fylia dat Lophotrochozoa heeft namelijk 18 fylia.
Platwormen.
Platwormen leven in zout,zoet en natte omgevingen. Platwormen worden platwormen genoemd omdat ze een dun lichaam hebben dat geplat is over de lengte. De kleinste platwormen zijn microscopisch en vrijlevende soorten, terwijl sommige lintwormen wel 20 meter kunnen worden. Ondanks dat platwormen triploblastische ontwikkeling doorgaan zijn ze acoelomaten(dieren zonder lichaamsholte). Omdat ze een lichaam hebben dat perfect is voor diffusie van water,gassen en uitscheiden van stikstof afval hebben de platwormen geen organen voor gaswisseling en hun relatief simpele uitscheidingsorganen helpen meer bij het op stand houden van de osmotische waarde van hun lichaam. Het uitscheidingsorgaan van de platwormen noemen we protonephridia, dit zijn kleinen pijpjes met wimperachtige structuurtjes die flame bulbs worden genoemd, deze bulbs trekken vocht door de opening aan de buitenkant van het lichaam. De meeste platwormen hebben een gastrocavulaire holte met maar een opening. Ondanks dat de platwormen niet een echt vaatstelsel komen de nutrienten wel in de cellen van de platworm door de fijne aftakkingen vanuit de gastrocavulaire holte. Platwormen zijn opgedeeld in vier soorten. Turbularia, Monogenea,Trematoda en Cestoda.
Turbullaria.
Turbullaria zijn voornamelijk vrijlevende zeedieren. De meeste bekende Turbullaria zijn de leden van het geslacht Dugesia, die meestal planaria worden genoemd. Planaria komen veelal voor in niet verontreinigde vijvers en rivieren, planaria voeden zich met kleine dieren of dode dieren. Ze bewegen doormiddel van cilia(wimperachtige organen). De kop van een planaria heeft een paar lichtgevoelige oogplekken en een aantal lateral flappen die chemische stoffen kunnen waarnemen. Het zenuwstelsel van de Planaria is meer complex en gecentraliseerd dan de zenuwstelsels van de holtedieren. Sommige planaria kunnen aseksueel voortplanten door splijting. De moeder planaria splijt zich in de midden in een hoofd eind en een staarteind, elk uiteind regenereerd de ontbrekende delen. De planaria kunnen zich ook seksueel voortplanten, Planaria zijn hermafrodieten en partners bevruchten vaak elkaar.
Monogenea en Tramatoden.
Monogenea en trematoden leven als parasieten in of op dieren. Veel van hun hebben zuigers die hun interne organen koppelen aan de organen of buitenkant van hun gastheer. De voortplantingsorganen beslaan bijna het gehele interieur van hun lichaam bij deze wormen. Trematoden zijn parasieten van een grote verscheidenheid van gastheren, ook hebben de meeste een complexe levenscyclus met wisselende fases van aseksueel en seksueel. Veel trematoden zijn een tussengastheer nodig waar de larven zich ontwikkelen voordat ze de uiteindelijk gastheer kunnen infecteren. Over de hele wereld zijn ongeveer 200 miljoen mensen besmet met blood flukes, deze mensen krijgen schistosomiasis een ziekte die zorgt voor pijn, bloedarmoede en dysenterie. Door het namaken van de lichaamsproteinen van hun gastheer is de blood fluke gedeeltelijk imnuunologische gecamoufleerd. Daarnaast laat de blood fluke moleculen vrij die het immuun systeem beinvloeden tot het tolereren van de blood fluke. Deze defensive taktieken zijn zo goed dat een blood fluke wel tot 40 jaar kan overleven in een gastheer. De meeste Monogenea zijn echter externe parasieten van vissen. De levenscyclus van deze soort is vrij simpel een vrij zwemmende larve infecteerd een vis.
Lintwormen.
Lintwormen(Cestoda klasse) zijn ook parasieten. De volwassenen leven voornamelijk in gewervelden, inclusief mensen. Lintwormen hebben geen mond en gastrucavulaire holte. Ze absorberen nutrienten in de gastheer zijn darmstelsel door opname. Voor de scolex is een lange rij van segmenten die proglottids heten, wat eigenlijk niet meer zijn dan kleine zakjes met seks organen. Na seksuele reproductie verlaten de proglottids het lichaam van de gastheer doormiddel van poepe en bevatten duizenden eitjes. Mensen krijgen de larven vaak binnen door niet goed voorbereid eten, de wormen groeien uit tot volwassen lintwormen.
Radardiertjes
Radardiertjes zijn kleine diertjes die in zoetwater,zoutware en vochtige omgevingen voorkomen. Ze verschillen in grote van ongeveer 50micrometer tot 2 millimeter, radardiertjes zijn vaak kleiner dan veel protisten maar zijn evenwel meercellige dieren en hebben gespecialiseerde organen. In tegenstelling tot holtedieren en platwormen, die een gastrocavulaire holte hebben, hebben Radardiertjes een spijsverteringskanaal met een aparte mond en anus. De interne organen liggen in de pseudocoeloom. Het vocht in de pseudocoeloom werkt als een waterskelet. Door beweging kan het Radardiertje zich voeden, water en voedingsstoffen vloeien dan door zijn lichaam. Radardiertjes hebben een vreemde manier van voortplanten een voortplanting genaam parthenogenisis.
Lophophoraten: Ectoprocts en Brachiopods
Bilateralen in de fylia Ectoprocta en brachiopoda zijn bekend als Lophophoraten. Deze dieren hebben een lophophore, een groep van ciliated tentakels om hun mond. Wanneer de cilia water naar de mond trekken filteren ze voedseldeeltjes uit het water. Andere overeenkomsten zoals een u vorming spijsverteringskanaal en de afwezigheid van een duidelijk hoofd geven aan dat deze dieren in een stilstaande stand leven.
Ectoprocten zijn koloniale dieren die heel erg lijken of moss. In de meeste gevallen zit de kolonie is een hard skelet gevormd met porieën waaruit de lophophoren uitstrekken. De meeste ectorpocten leven in de zee waar ze de meeste wijd verspreide soorten hebben. Ectoprocten leven ook in zoetwater daar groeien ze op stenen,hout waar ze uitgroeien als een gelatine achtige bal die soms wel 10 cm kan worden. Brachiopoden lijken heel erg veel op schelpen, het verschil is dat de brachiopod zijn schelp over de lengte en breede loopt in plaat van parralel, zoals dat bij de schelpen wel is. Alle brachiopoden zijn zeedieren, de meesten leven vastgekleefd aan de zeebodem, ze openen hun schelp om water binnen te laten.
Weekdieren.
Slakken, naaktslakken, oesters, schelpen, octopussen en inktvissen zijn allemaal weekdieren. De meeste weekdieren zijn zoutwaterdieren maar ze komen ook voor in zoetwater en op het land. Weekdieren zijn zachte dieren, maar de meeste scheiden een harde schelp uit die gemaakt is van calcium carbonaat. Naaktslakken, inktvissen en octopussen hebben een interne schelp of hebben helemaal geen schelp meer. Ondanks de verschillen hebben weekdieren allemaal dezelfde lichaamsbouw. Weekdieren zijn coelomaten en hun lichaam bestaan uit 3 belangrijk delen: een voet met spieren, een viscerale massa waar de meeste interne organen in zitten en een mantel een weefsel wat om de visceral massa heenzit en vaak een schelp uitscheid. Bij veel weekdieren, is de mantal groter dan de visceral massa en produceert hij ook een water gevulde kamer, de mantel holte, hierin zitten de kieuwen, anus en excretie porieën. Veel weekdieren voeden zich doormiddel van de radula, waar ze voedsel mee kunnen opschrapen. De lichaamsbouw van weekdieren is geevolueerd in verschillene manieren, hierdoor zijn er 8 verschillende fylia: Polyplacophora, gastropoda, bivalvia en Cephalopoda zijn hier voorbeelden van.
Keverslakken
Keverslakken hebben ovaal lichaam en een schelp verdeeld in 8 dorsale platen. De Keverslak zijn lichaam zelf is ongesegmenteerd. Keverslakken vind je op stenen tijdens het tij. Wanneer je een Keverslak probeert los te wrikken zal je zien dat hij zich zelf erg vast heeft gezet doormiddel van zuiging en zijn voet. Keverslakken kunnen ook bewegen doormiddel van hun voet en ze gebruiken hun Radula om zich te voeden met algen van de steen zijn oppervlakte.
Gastropoden
Gastropoden ongeveer 3 kwart van alle levende soorten weekdieren zijn Gastropoden. De meeste Gastropoden zijn zoutwaterdieren, maar er zijn een aantal zoetwaterdieren. Sommige Gastropoden hebben zich aangepast voor het leven op het land, hiertoe behoren de tuinslakken en naaktslakken. Een belangrijke eigenschap van de klasse Gastropoden is een ontwikkelingsprocess wat bekend staat als Torsion. Wanneer Gastropoden als embryo zich ontwikkeling draaien ze hun viscerale massa 180 graden, hierdoor komt de mantel en zijn anus boven zijn hoofd te lichen. Na de torsion zijn sommige organen die bilateraal lagen verkleind of helemaal verdwenen. De meeste Gastropoden hebben een enkele gespiraliseerde schelp waarin ze zich terugtrekken wanneer ze bedreigd worden. Veel Gastropoden hebben een hoofd waarop hun ogen op tentakels staan. De meeste Gastropoden gebruiken hun radula op algen te eten of planten. Toch zijn enkele Gastropoden ook predatoren en hun radula is gespecialiseerd om te boren in schelpen of andere Gastropoden om hun te eten. Slakken die op het land leven hebben geen kieuwen meer in plaats daarvan functioneerd hun mantel holte als een long.
Tweekleppigen
De weekdieren van de klasse tweekleppigen bevatten veel schelpen, oesters en mosselen. Tweekleppigen hebben hun opgedeeld in twee delen. Een krachtige spier trekt beide helften naar elkaar toe om zijn lichaam te beschermen. Tweekleppigen hebben niet een herkenbaar hoofd en hun radula is verdwenen. Sommige tweekleppigen hebben ogen en waarnemingsorganen aan de uiteinde van hun mantel. De mantel holte van veel tweekleppigen bevat kieuwen die werken voor de gasuitwisseling en voeding. De meeste tweekleppigen zijn suspensievoeders. De meeste tweekleppigen hebben een zittend leven een karakteristiek voor suspensievoeders.
Koppotigen
Koppotigen zijn actieve predatoren, ze gebruiken hun tentakels om prooien te grijpen welke ze daarna bijten met hun snavelachtige bek, ook versuffen ze de prooi met gif in hun slijm. De poot van de Koppotigen is gemodificeerd in een spier die aan hun tentakels vastzit. Inktvissen speren door het water door water in en uit hun holte te spuwen, ze sturen door de sifon in verschillende directies te houden. Octopussen gebruiken dezelfde taktiek om bij predatoren weg te komen. Koppotigen zijn de enige weekdieren met een gesloten vaatsysteem. Daarnaast hebben goed aangepast organen en een complex stel hersenen. De voorouders van inktvissen en octopussen waren waarschijnlijk weekdieren met een schelp die een predator levensstijl hebben opgenomen. Koppotigen met een schelp, ammonieten sommige zo groot als vrachtwagenbanden, waren dominante predatoren voor honderden miljoenen jaren tot hun uitsterven aan het eind van de krijt prediode. De gigantische inktvis(Archetuthis dux) was een lange tijd de grootste inktvis die we kenden, hij had een kop van 2,25 meter en een lengte van 18 meter. In 2003 is een inktvis gevonden, mesonychoteuthis hamiltoni, deze was gevangen rond antartica en had een kopgrote van 2,5 meter, wetenschappers dachten dat dit een jong was en verwachten dat de volwassen grote wel 2x zo groot is.
Ringwormen
Ringwormen worden zo genoemd vanwege de ringen in hun lichaamsvorm. Ringwormen zijn gesegmenteerde wormen die in de zee leven, zoetwater en vochtige grond. Ringwormen zijn coelomaten en ze verschillen in lengte van 1 mm tot meer dan 3 meter. Ringwormen kunnen worden verdeeld in 3 klassen, oligochaeta, polychaeta en Hirudinae.
Oligochaeta
Oligochaeta worden zo genoemd door kleine haartjes gemaakt van chitine op hun lichaam. De klasse van gesegmenteerde worden omvangd ook de aardwormen en een aantal waterwormen. Wormen eten hun weg door de grond en halen hieruit hun nutrienten. Onverteerd materiaal gemixt met slijm wordt uitgescheiden door hun anus. Boeren zijn blij met wormen omdat deze de aarde luchtiger maken. Wormen zijn hermafrodieten maar ze zorgen wel voor kruisbevruchting. Twee wormen ontmoeten elkaar en bevruchten elkaar, daarna gaan ze uit elkaar. Sommige wormen planten zich ook aseksueel voort door deling, ze fragmenteren en regeneren de missende delen.
Polychaeta
Elk segment van de Polychaeta heeft paar van peddel achtige of richel achtige structuren die parapodia worden genoemd. De parapodia helpen bij het bewegen. Elk parapodium heeft een groot aantal chaetae daarom hebben Polychaeta vaak meer chaetae per segment dan oligochaeta. Polychaeta zijn tesamen een grote klasse van diverse soorten die veelal in de zee voorkomen. Een paar soorten drijven en zwemmen tussen het plankton, maar de meeste kruipen op of graven in de zeebodem, veel anderen leven in buizen.
Bloedzuigers
De grootste hoeveelheid Bloedzuigers komen voor in zoetwater, maar er zijn ook een aantal zoutwater Bloedzuigers en Bloedzuigers die op het land voorkomen in vochtige vegetatie. Bloedzuigers varieren in lengte van 1 tot 30 cm. Veel zijn predatoren die zich voeden op ongewervelden, toch zijn er ook een aantal parasieten die bloed zuigen van dieren. De gastheer is zich meestal niet bewust van de bloedzuiger omdat deze een verdovende stof heeft. Ook heeft de bloedzuiger een stofje wat er voor zorgt dat het bloed niet stolt rondom de wond, deze stof heet hirudin. De Bloedzuigers kan heel veel bloed opnemen soms meer dan 10x zijn eigen gewicht.
Hirudin wordt getest voor gebruik tegen bloedproppen tijdens operaties.