Ecdysozoans zijn de meest soorten rijke dieren groep.
Ecdysozoans zijn de meest soorten rijke dieren groep.
Ondanks dat ze bijna alleen gedefineerd zijn door moleculaire bewijzen, heeft deze clade heel veel dieren die hun huid afscheiden(cuticle) als ze groeien. Door deze eigenschap heeft deze groep zijn naam gekregen, het is een rui zonder veren, alleen het harde schild word afgegooid. Ecdysozoa groep bestaat uit acht dierlijke fylia en heeft meer soorten dan de protisten, schimmels, planten en andere dierengroepen samen. De twee grootste groepen zijn Rondwormen(Nematoden) en Arthropoden, het zijn de meest succesvole dierlijke groepen van allemaal.
Rondwormen(Nematoden).
De meeste voorkomende Rondwormen(Nematoden) of rondwormen kan je vinden in de meeste water omgevingen of vochtige grond, weefsels van planten en in de weefsels van dieren. Rondwormen(Nematoden) hebben geen gesegmenteerd lichaam. De ronde lichamen van de Rondwormen(Nematoden) verschillen in lengt vanaf 1mm tot 1meter, vaak hebben ze een puntige voorkant en een stompe punt aan de achterkant. Het lichaam van de Nematode is bedekt met een stugge opperhuid, wanneer de worm groeit gooid het zijn opperhuid af en scheid het een nieuwe af. Rondwormen(Nematoden) hebben een spijsverteringkanaal maar ze missen een vaatsysteem. Nutrienten worden vervoerd door de lichaamsvloeistof in de pseudocoeloom. De lichaamswand spieren zijn van over de lengte en hun samentrekkingen zorgen voor de beweging. Rondwormen(Nematoden) planten zich meestal seksueel voor. Bij de meeste soorten zijn de vrouwtjes groter dan de mannetjes. Een vrouwtje kan wel 100.000 of bevruchte eitjes per dag leggen. De zygotes van de meeste soorten zijn resistente cellen die kunnen overleven in harde omstandigheden. Ondanks dat er 25.000 soorten bekend zijn is de schatting dat het aantal verdubbeld kan worden om bij het aantal te komen dat werkelijk bestaat. De vrijlevende wormen spelen een belangrijke rol in de nutrienten cyclus, maar er is weinig bekend over de meeste soorten.
Het fylum Nematoda bevat veel agricultuur ongedierte dan planten wortels aanvalt. Andere soorten van deze groep parasiteerd op dieren. De parasieten onder Rondwormen(Nematoden) hebben een buitengewone mogelijkheid dat het voor hun mogelijk maakt om de cellen van hun gastheer te veranderen om zo hun immuun systeem te omzeilen. De Rondwormen(Nematoden) die planten parasiteren injecteren cellen met een stof waardoor de plant just extra nutrienten naar de plaats van aanval stuurt.
Geleedpotigen(Arthropoden)
Zoologen schatten dat er ongeveer 1 miljard Geleedpotigenleven op aarde. Meer dan een miljoen Geleedpotigen(Arthropoden)zijn beschreven waarvan de meeste insecten zijn. Leden van het fylum Geleedpotigen(Arthropoden)zijn in bijna elke habitat te vinden van de biosfeer. Geleedpotigen(Arthropoden)moeten worden gezien als het meest succesvolle dierlijke fylia.
Geleedpotigen afkomst(Arthropoden)
Biologen denken dat het succes van de geleedpotigen veel te maken heeft met hun lichaamsbouw. De eerste fossielen met dezelfde lichaamsbouw dateren van 535 miljoen jaar geleden. Samen met geleedpotigen zijn er nog een aantal andere soorten gevonden, de lobopods, een uitgestorven groep waar de geleedpotigen mogelijk uit geevolueerd zijn. De eerste geleedpotigen zoals de trilobiet lieten ook variatie zien van segment tot segment. Terwijl geleedpotigen zich bleven ontwikkeling, gingen de segmenten steeds meer vergroeien en werden steen minder in aantal, ook werden de segmenten gespecialiseerd in hun functie. Welke genetische veranderingen leiden tot de steeds complexere lichaamsvormen van de geleedpotige. De Geleedpotigen vandaag de dag hebben twee aparte Hox genen, beiden beinvloeden ze het segmenteren.
Belangrijke karakteristieken van de geleedpotigen(Arhtropoden)
Over een periode van evolutie zijn de onderdelen van sommige geleedpotigen aangepast,verbeterd en gespecialiseerd in functies zoals lopen, voeding, waarneming, voortplanting en verdediging. Het lichaam van een geleedpotige is geheel omsloten door een exoskelet wat bestaat uit lagen van proteines en het polysacharide Chitine. Het exoskelet kan hard zijn op bepaalde plekken en zacht zijn op andere plekken, of flexibel op plekken waar veel beweging nodig is. Het sterke exoskelet beschermd het dier en zorgt voor punten waar de spieren zich kunnen hechten. Het nadeel van dit skelet is dat het dier niet kan groeien en dus soms zijn exoskelet moet afwerpen. Het proces van vervellen kost veel energie en zorgt ervoor dat de dieren tijdens het vervellen erg kwetsbaar zijn. Geleedpotigen begonnen te diversifiseren tijdens het vroege paleozoic, waar ze direct achter de planten aan land kwamen. Bewijs komt van een 428 miljoen jaar oude miljoen poot die gevonden is in schotland.
Geleedpotigen hebben goed ontwikkelde waarnemingorganen, inclusief ogen en reukorganen, daarnaast ook nog een antenne die helpt bij tast en reuk. De meeste waarneming organen zijn gevestigd aan de voorkant van het lichaam. Net zoals veel Weekdieren hebben Geleedpotigen een open vaatsysteem. In dit vaatstysteem zit een vloeistoef de hemolymph en het is aangestuurd door een hart. Hemolymph komt het hart weer binnen door kleine porien die vaak kleppen bevatten. De hemolyph gevulde lichamens synussen worden collectief hemocoel genoemd. Ondanks dat geleedpotigen coelomaten zijn is in de meeste geleedpotigen het coelom kleiner, meestal word het coelom de belangrijke lichaamsholte.
Een verscheidenehid aan gasuitwisseling organen heeft zich ontwikkeld in geleedpotigen. De organen zorgen voor diffusie van de ademhalingorganen ondanks dat er een hard exoskelet om het organisme zit. De meeste aquatische soorten hebben kieuwen met kleine veerachtige uitstulpingen die in contact komen met het omringende water. De land geleedpotigen hebben vaak een systeem van trachea. Morfologisch en moleculaire data bewijst dat er 4 belangrijke groepen binnen de geleedpotigen bestaan. Cheliceriforms(Zeespinnen, horshoe krab, scorpioenen, teken, mijten en spinnen)Myriapods(Miljoenpoot en duizendpoot)Hexapods(Insecten) en schaaldieren(krabben,kreeften,garnalen).
Cheliceriforms
Cheliceriforms dragen hun naam door hun klauwachtige voedingsarmen chelicerae welke dienen als knijptang of giftanden. Cheliceriforms hebben een voorste cephalothorax en achter buik. Ze hebben geen antenne en vaak simpele ogen. De eerste Cheliceriforms waren eurypterids of water scorpioenen. De zee en zoetwater organismen konden tot 3 meter groot worden. Ook konden ze waarschijnlijk op land lopen net als de krabben van tegenwoordig doen. De meeste zee Cheliceriforms zijn uitgestorven, onder de overlevende Cheliceriforms behoort de zeespin en horseshoe krabben. het overgrote deel van de Cheliceriforms zijn de arachnid, hieronder behoren spinnen, scorpioenen teken en mijten. Tekenen veel mijten behoren tot een grote groep parasitische geleedpotigen. Bijna alle teken zijn bloedzuigende parasieten. Parasitische mijten leven in of op veel dieren. Arachnid hebben een voorkant(cephalothorax) met zes paren ledematen, de chelicerae; zijn een paar ledematen die helpen bij het voelen eten of voorplanten en 4 paar ledematen die helpen bij het bewegen. Spinnen gebruiken hun chelicerae om hun prooi met gif te injecteren. Bij de meeste spinnen is gasuitwisseling een taak van de boeklong, een op elkaar gestappelde plaatachtige structuur die zich bevind in een interne kamer. Een unique aanpassing van spinnen is de mogelijkheid om insecten te vangen met een web geconstrueerd uit silk, een vloeibaar proteine wat geproduceerd word door speciale klieren.
Myriapods.
Miljoenpoten en duizendpoten behoren tot het subphylum myriapoda, al de nog levende myriapoden zijn landdieren. Miljoenpoten hebben een groot antal poten maar toch beduidend minder dan een miljoen. Elke segment is gevormd uit twee samengesmolten segmenten en heeft twee paar poten. Miljoenpoten eten rottende plantenresten. Ze zijn waarschijnlijk de eerste dieren geweest die op het land voorkwamen. In tegenstelling tot miljoenpoten zijn de duizendpoten carnivoren. Elke segment bestaat uit 1 paar poten en duizendpoten hebben een gif bij hum voorkant.
Insecten.
Insecten en hun familie de hexapoten zijn meer soortenrijk dan welk ander rijk dan ook, zelfs meer dan alle rijken samen. Ze leven in zo goed als elk gebied op aarde. Insecten zijn minder te vinden in zee gebieden maar toch zijn ze er wel te vinden. De interne anatomie van insecten bevat enkel complexe orgaansystemen. De oudst gevonden fossielen dateren vanuit het devonian 416 miljoen jaar geleden. Een fossiel bestand van monddeeltjes van instecten geeft aan dat gespecialiseerd voeden op planten ook heeft begedragen aan de verscheidenheid en aanpassingen van insecten. Vliegen is natuurlijk een van de belangrijkste factoren voor het grote succes van de insecten. Dieren die kunnen vliegen kunnen makkelijker predatoren ontwijken, ook is het vinden van voedsel en leefruimte veel makkelijker. Vleugels zijn uitstulpingen van het cuticle en geen ware ledematen, hierdoor kunnen insecten vliegen zonder er poten voor hoeven op te offeren. In tegenstelling hiertegenover hebben gewervelde gevleugelden een poot die is gemodificeerd tot vleugel, waardoor sommige soorten klunzig op de grond zijn. Morfologisch en moleculaire date geeft aan dat vleugels maar een keer zijn geevolueerd in insecten. Veel insecten ondergaan metamorfose tijdens hun ontwikkeling. Bij de onvolledige metamorfose van sprinkhanen en sommige andere insecten, lijken de jongen redelijk op hun volwassenen, hier zijn de jongen alleen kleiner en hebben geen vleugels. De nymf ondergaat een aantal vervellingen waarbij de laatste vervelling het insect zijn volwassen grote, vleugels krijgt en seksueel volwassen is. Insecten met een volledige metamorfose hebben een larve stadium gespecialiseerd voor eten en groeien, bekende namen zijn, rups, made of grub.
Voorplanting bij insecten in meestal seksueel met verschillende mannen en vrouwelijke individuen. Volwassenen komen samen en herkennen elkaar door te flashen met felle kleuren, geluid of geuren. Bevruchting is meestal in het lichaam. Insecten zijn weergegeven in 30 ordes. Dieren die zoveel voorkomen en weidverspreid zijn moeten het leven van andere levensvormen wel beinvloeden. We zijn afhankelijk van bijen, vliegen en veel andere insecten voor het bestuiven van onze gewassen. Aan de andere kant zijn insecten ook dragers van vele ziekten.
Schaaldieren(Crustaceans)
Terwijl arachniden en insecten voornamelijk op het land voorkomen zijn schaaldieren achter gebleven in de waterige omgevingen. Schaaldieren hebben meestal erg geadvanceerde ledematen. Kreeften en rivierkreeften hebben bijvoorbeeld een totaal van 19 verschillende paren ledematen. De voorste ledematen zijn antenne's, de schaaldieren zijn de enige arthropoden die 2 paar hebben. Drie of meer ledematen paren zijn gemodificeerd als monddelen inclusief de harde kaken. Poten op mee te lopen zijn aanwezig aan de thorax in tegenstelling tot insecten hebben schaaldieren ook ledematen aan het achterste deel van hun lichaam. Een verloren ledemaat kan worden teruggekregen tijdens de volgende vervelling. Kleine schaaldieren wisselen gas uit door kleine gaatjes in hun schaal, grotere soorten hebben vaak kieuwen. Stikstof afval diffuseerd ook door de kleine porien in hun schaal, een paar klieren regelt de zoutbalans van het hemolymfe. Seksen zijn verschillend in de meeste schaaldieren. De meeste schaaldieren gaan door een of meer larve stadia. Een van de grootste groep van de schaaldieren zijn de isopoden, hieronder vallen de land, zoetwater en zoutwater soorten. Sommige isopod soorten komen veel voor op de bodem van de oceaan. Onder de landieren vallen de houtluizen. Kreeften, rivierkreeften, krabben en garnalen vallen onder de groep die decapoden word genoemd. De schaal van decapoden is gehardend door calcium carbonaat. Meeste decapoden zijn zoutwater dieren. Rivierkreeften leven in zoetwater en sommige tropische krabben leven op het land. Veel kleine schaaldieren zijn belangrijke dieren in het planton van zowel zoet als zoutwater. Planton soorten bevatten veel soorten copepoden, welke het meest voorkomen van alle soorten dieren, denk bijvoorbeeld als het garnaalsoort krill.
zeepokken zijn een groep van meestal niet bewegende schaaldieren ook bij zeepokken is de schaal gehard door calciumcarbonaat. De meeste zeepokken verankeren zich aan rotsen, boten en andere onderwater staande dingen. Hun natuurlijke lijm is net zo sterk als synthetische lijm. Om te eten rekt de zeepok ledematen vanuit zijn schaal om voedsel te grijpen uit het water.




